vrijdag 20 april 2018

DE EENZAAMHEID VAN VLAANDEREN 35

Het schilderij 'de Nachtwacht' (1639-1642) van Rembrandt van Rijn
is een schilderkunstige snapshot van een schutterij die meer weg heeft
van een gezelligheidsvereniging dan van een bewapende stadsmacht.
Het is een toneelstuk waarin de spelers met vele bravoure poseren in hun beste kleding,

die meer getuigt van modebewustzijn dan militaire effectiviteit, 
 terwijl ze druk doende zijn met hun requisieten 
zoals geweren, vaandels en trommels. 
Enige militaire dreiging gaat er niet van uit.
Dit nationale icoon bevestigt dat Nederland van bluf en bravoure houdt

en niks heeft met echt militair machtsvertoon en zo nodig geweld.
Lees HIER meer over De Nachtwacht.

Als zeevarende mogendheid was De Republiek en zijn opvolger Het Koninkrijk der Verenigde Nederlanden wars van continentale betrokkenheid. De zee gaf  Nederland nu eenmaal meer mogelijkheden voor handel en rijkdom dan het vasteland. Om je overzeese bezittingen en vrijhandel beschermen heb je eerder een zeemacht dan een landleger nodig. Als zeemacht schuwde De Republiek zelfs piraterij niet om rivalen als Engeland en Spanje moeilijk te maken.

Het gebrek aan een traditie in de landmacht wreekte zich met de Franse bezetting van Nederland aan het eind van 18e eeuw en bij de kort daar opvolgende opstand bij de Belgen. Toen het conflict militair moest worden uitgevochten bleek Koning Willem I een politieke én militaire stuntelaar te zijn. En niet alleen hij. Veel Nederlanders hadden geen zin in oorlog met de Belgen. Dat kost geld en Nederlanders verdienen liever geld. De Belgische opstand werd een afgang voor het koninkrijk Nederland maar daar willen we als natie liever niet aan herinnerd worden. Veel Nederlanders kijken dan ook met een zeker dedain neer op België als het landje dat eigenlijk nooit had mogen bestaan.

Het weifelende en onhandige optreden van Willem I en zijn zonen leidde in september 1830 tot een definitieve breuk. Enerzijds had Willem I wel al in juni 1830 de onbeperkte taalvrijheid weer ingevoerd en het Filosofisch College voor priesters afgeschaft. Anderzijds liet hij noch persvrijheid, noch een staatshervorming toe… In Holland zorgden de onlusten in het Zuiden voor een nieuwe sympathie voor de koning en was er grote aanhang voor een stevig optreden tegen het ‘muitzieke Belgenrot’. Dit accentueerde de tegenstelling tussen noord en zuid waardoor de opstand een nationalistisch karakter kreeg…Toen het regeringsleger (waarvan 2/3 Zuid-Nederlanders) na vier dagen strijd, met honderden doden en gewonden aan beide zijden, in de nacht van 26 op 27 september opbrak, begon de scheiding pas goed. Tijdens deze gevechten kwam een revolutionaire regering tot stand: het Voorlopige Bewind. Op 4 oktober riep deze de onafhankelijkheid va België uit.” (Wikipedia: Belgische Revolutie)

De Koning wilde zich nog niet neerleggen bij zijn verlies en organiseerde in augustus 1831 toch nog een Tiendaagse Veldtocht die militair uiteindelijk weinig voorstelde. Niettemin vonden de Fransen dat het welletjes was geweest. Als geïnteresseerden in een onafhankelijk België binnen hun invloedssfeer trokken ze met een forse legermacht het nieuwe land binnen. Willem I trok zich meteen terug tot in Noord-Brabant. 

Franse troepen namen de citadel van Antwerpen wekenlang onder vuur en in 1832 viel de enige nog in Nederlandse handen zijnde stad in Franse handen. Daarmee viel het doek definitief over het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden en moesten de Vlamingen het verder alleen rooien in hun nieuwe onafhankelijk land België.

Net zoals tijdens de Tachtigjarige oorlog markeerde ook nu weer de val van Antwerpen de scheiding tussen de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden.

(verschijnt elke vrijdag)


donderdag 19 april 2018

FOTOBLOG MUSEUM DE PONT 1

Anish Kapoor, Vertigo 2008 (alle foto's:13 maart 2018)
Een lachspiegel zoals je die wel op kermissen en in ouderwetse pretparken kunt zien,
als sculptuur in een museum. Je moet er maar opkomen.
De titel verwijst naar de film Vertigovan Alfred Hitchcock 

met daarin een beroemde scène met de acteur James Stewart.
"Hitchcock zoomt in en uit en speelt met de scherpstelling om de kijker 

te desoriënteren angstgevoelens op te roepen."
Van angstgevoelens heb ik geen last,
de beeld-desoriëntatie vind ik hilarisch. 
Ik ben verbaasd dat hij en/of het museum niet verwijzen niet naar de lachspiegel. 
Hoe dan ook, lachspiegels blijven leuk speelgoed om de beeld-desoriëntatie 
met de camera in beeld te brengen. 
Op de kermis kwam het daar nooit van.

Desoriënterend zelfportret nummer 1


 Desoriënterend zelfportret nummer twee


Desoriënterend zelfportret nummer drie


Desoriënterend zelfportret nummer 4
 


De suppoost heeft me een plek gewezen waar vandaan je jezelf
"gewoon rechtop" kon fotograferen.
Waarvoor  dank.


Dit is het punt voor de spiegel waar vandaan de kleine wereld
min of meer normaal is.

woensdag 18 april 2018

OOG VOOR OSS

De opening van de tentoonstelling is op zondag aanstaande om 15:00 uur.

Ik ben nog geen jaar terug in mijn geboorteplaats Oss en ik mag al meedoen aan een expositie met 2 schilderijen.


De expositie is georganiseerd door de Stichting Kunst en Cultuur Oss

De tentoonstelling is te zien in de tentoonstellingszaal K26 van de Stichting Kunst en Cultuur Oss in Kruisstraat 26 te Oss.

Ik heb de onderstaande 2 schilderijen ingeleverd voor deelname aan de expositie.


Moeder met kind, acrylverf op paneel (122x 82 cm)

De Koffiekan, acrylverf op paneel (122 x82 cm)

dinsdag 17 april 2018

DE EENZAAMHEID VAN DE ONGELOVIGE 36

Victoria's secret, Luchthaven Zaventem 2014

De beide zusjes H. genieten van onze jongens aandacht. We flirten er op los, zij iets beter dan wij. De oudste is lang en slank, haar jongere zus molliger. Ze bespelen ons met hun uitwaaierende zomerjurkjes boven hun blote benen en half hoge hakken. Achteloos elegant strijken ze door hun haren, de een donker de ander blond. Als de wind vat krijgt op hun jurk slaan ze die achteloos naar beneden. Ondertussen vangen we een glimp op van wat wel eens een belofte kan zijn. Ze lachen met hun hoofden lichtjes schuin en kijken als met verwondering naar ons. Wij krijgen er geen genoeg van.

Soms legt een van de meisjes zo maar ineens haar hand op mijn fietsstuur. Ik praat zo achteloos mogelijk door. Ineens raakt ze als per toeval met haar pink mijn hand. Een lichte tinteling verplaatst zich met de snelheid van het licht van mijn hand naar mijn rug. Ik stel onmiddellijk vast dat de wet van Einstein klopt. Energie met de massa van nog geen pink verplaatst zich met de snelheid van het licht door mijn lichaam. Ik voel het universum in mij, wat zeg ik, ik ben het universum. Hoe is dit alles toch mogelijk? De pink van een meisje als het universele bewijs van de wet van Einstein? Ik voel me groot en klein tegelijk, onhandig ook en een beetje klungelig maar tegelijkertijd heel groots.Wat een pink van een meisje al niet vermag!

Verliefd ben ik niet, op geen van beiden, maar ze betoveren mij wel met hun uiterlijk, hun gebaren en hun blikken. Bij tijd en wijle raak ik er door van slag af. Ik probeer ontspannen te blijven op mijn fiets zonder de betovering te breken. Bij het intreden van de schemering daalt een waas van romantiek en verliefdheid over ons heen. De meisjeswereld bezorgt ons hartkloppingen. We gaan zo op in elkaar dat daar buiten geen wereld meer lijkt te bestaan totdat de lantaarnpalen zachtjes aan gaan en de meisjes naar binnen worden geroepen. We nemen opgewekt afscheid met een tot morgenavond. Uitgelaten fietsen we naar huis. Mijn vriend J. fluit er een deuntje bij.


Maar het kan niet elke dag bal zijn. Soms zijn de meisjes er niet, soms zijn we vanwege beslommeringen te laat om nog naar de meisjes H. te gaan. Gelukkig hebben wij zelf in onze straat, halverwege tussen ons in, onze eigen straatlantaarn. Daar genieten mijn vriend en buurjongen  J. en ik van de lenteavonden leunend tegen de lantaarnpaal of gezellig gezeten op de stoeprand. Na verloop van tijd krijgen we uitbreiding van ons kleine gezelschap met ons beider buurmeisje. 

(verschijnt elke dinsdag)

zondag 15 april 2018

DWARS KIJKEN IN MUSEUM MORE TE GORSSEL 4


Museum More heeft een speciale tentoonstelling gewijd aan de drie realisten Jan Mankes, Dick Ket en Henk Helmantel. Ze hebben gemeen dat hun schilderijen de indruk wekken dat de tijd stil staat, tijd bevroren in de door hun geschilderde onderwerpen.

Dat maakt het tot beschouwende of meditatieve schilderijen. Dat effect wordt bereikt door elke illusie van beweging weg te laten, te schilderen met rustige, onzichtbare penseelstreken, een compositie te gebruiken die geen beweging suggereert, de dingen zo bewegingsloos mogelijk te schilderen, 'rustgevende' kleuren te gebruiken en harde, onrustige schaduwen en contrasten te vermijden. 

Tot slot en dat is het moeilijkste de onderwerpen moeten met liefde geschilderd worden. Met alleen techniek kom je er niet. Dat kan leiden tot slechts mooie, nietszeggende plaatjes en die zijn er al genoeg. Deze schilderijen zijn meer. Ze intrigeren en houden de kijker gevangen met de vraag waarom ontroeren mij deze dagelijkse, onbelangrijke dingen? Ik denk omdat ze het wonder van het zijn visualiseren en dat is kunst.


Jan mankes, Vrouw voor haar huis, 1914
Dit schilderij is een verwijzing naar en geïnspireerd op Het Straatje van Vermeer.
We kijken naar een gewone oudere vrouw die met zoiets banaals bezig is
als een doek of kleedje herstellen.
Een gewone steeds terugkerende activiteit waar de meeste mensen zorgeloos en
zonder nadenken aan voorbij gaan.
Voor Mankes net als voor Vermeer ligt de zin van het leven juist
in deze eenvoudige handelingen die met zoveel zorg en concentratie worden uitgevoerd.
De concentratie en de zorg verheffen de handeling tot een mysterie van het leven.
De handeling wordt aldus een van meditatie.


Jan Mankes, Jonge, witte geit, 1914
Dit schilderij mag gerust een meesterwerk genoemd worden dat op gelijke hoogte staat
met De Stier van Potter (1647) en Het Puttertje van Fabritius (1654),
twee hoogtepunten van de Nederlandse 17e eeuwse schilderkunst.

De laatste 2 schilderijen hangen in Het Mauritshuis.
Misschien is het een idee om de drie schilderijen bijeen te brengen in een tentoonstelling?
In dit schilderij is het geen handeling die ons tot meditatie aanzet
zoals het voorgaande schilderij "Vrouw voor haar huis",
maar de alom aanwezigheid van de geit zelf in zijn overdonderende schoonheid
van wit leven dat rust en waardigheid uitstraalt.

Mankes geeft de geit op dit schilderij een goddelijk aanzien.
Het schilderij leert ons dat deze geit ook een schepsel van God is
waarvoor slechts nederig ons hoofd kunnen buigen.


Dick Ket, Stilleven met Druiventros, 1934
De ongeordende stapel papieren en documenten verwijzen wellicht naar chaos van het leven,
de dagelijkse objecten op de chaotische stapel staan misschien symbool
voor het dagelijkse bestaan en de druiventros voor ons dagelijks eten?
Is dit ver gezochte symboliek?
Het museum vindt van niet zoals blijkt uit een tekst aan de wand:
"Ket was van de realisten op het eerste gezicht het meest 'realist',
maar kenmerkend voor zijn werk is de persoonlijke onderliggende symboliek.
Zijn benadering was niet in de eerste plaats een kwestie van stijl- of materiaal keuze,
 maar van een andere, meer liefdevolle houding tegenover de dingen
en van een bijna mystieke sensatie van kunst als uitdrukking van het universele."

Henk Helmantel, Stilleven met Kweeperen, 2012
Een mooi strakke compositie van 2 horizontale lijnen waar tussen het fruit
als het ware gevangen ligt. 
FDe bovenste horizontale lijn scheidt licht van donker.
Het fruit ligt in het licht tegen een rustgevend donker vlak.
Het fruit is "net echt geschilderd" en ligt rustig te wachten in al even rustgevend ligt.
De tijd staat stil.


Henk Helmantel, Romaans venster in de noordmuur van de kerk in Marusm, 1995.
Gene vluchtige blik en geen onmiddellijke uitdrukking van gevoel
maar meditatieve aandacht voor details, dat is wat dit schilderij van ons vraagt. 
Ik heb het schilderij niet thuis hangen maar ik denk dat het me
nooit zou vervelen om daar naar te kijken.
De compositie is met zijn 3 horizontale lijnen en 2 bogen
die elkaar vestreken rustgevend.
Ons oog gaat eerst naar het raam iets boven het midden
en begint dan rond te dwalen zonder gestoord te worden
door onrustige kleuren of te harde contrasten.


vrijdag 13 april 2018

DE EENZAAMHEID VAN VLAANDEREN 34

Drie Meisjes op de Groenplaats van Antwerpen, 1993
©petrus nelissen

Om met de deur in huis te vallen. De afkeer tussen Noordelijke en Zuidelijke Nederlanders blijkt wederkerig te zijn. Sinds de Tachtigjarige Oorlog en de Vrede van Münster had de nieuwe protestantse natie het prima gerooid. Uit een opstandig waterland was een machtige Republiek ontstaan die uitgroeide tot een zeemogendheid die over de hele wereld handel dreef en vestigingen had. 

De Republiek was een koloniale macht georganiseerd als een privé onderneming met in het hart de Oost en West Indische Compagnieën waarin burgers een vrij verhandelbaar aandeel konden nemen via de Amsterdamse beurs. 

Daarmee was het een voorbode geworden van modern kapitalisme waar uiteindelijk de VS erg groot mee zijn geworden. Het land was zijn tijd vooruit op koloniale mogendheden als Frankrijk, Spanje, Portugal en Engeland met hun absolute monarchen, gecentraliseerd bestuur en grote legers. De Republiek was een land van burgers zonder koning. Het was de tijd van“De Gouden Eeuw”.

“De Gouden Eeuw is een periode in de Nederlandse geschiedenis die goeddeels samenvalt met de zeventiende eeuw. De noordelijke Nederlanden, die samen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden vormden, maakten een bloeiperiode door op het gebied van handel, wetenschap en kunsten. Ook wat betreft haar politieke en militaire macht (vooral ter zee) nam de Republiek in de wereld een vooraanstaande positie in. De bloeitijd van de noordelijke Nederlanden was een belangrijke nieuwe fase in de ontwikkeling van de westerse beschaving. Sommigen houden als beginpunt van de Gouden Eeuw 1602 aan, het jaar waarin de VOC werd opgericht; anderen kiezen voor het jaar 1609, het beginjaar van het Twaalfjarig Bestand. Tot het einde van het bestand (1621) groeide de economie vrijwel ongehinderd.” (Wikipedia: Gouden Eeuw Nederland)


De erfenis van de Gouden Eeuw maakte dat Noord Nederland tijdens de hereniging met het Zuiden in 1815 nog altijd barste van zelfvertrouwen. Veel Nederlanders vonden dat het de Zuidelijke Nederlanden niet nodig had om zijn plaats als mogendheid in de wereld te behouden. Integendeel, dat Zuiden zou wel eens een blok aan het been kunnen zijn van de Nederlandse handel en wandel in de wereld. “In Holland, vooral in Amsterdamse havenkringen, was er al geruime tijd een beweging die terug wilde naar de oude, beperkte Statenbond. Een op de zee gebaseerde wereldhandel leek veel gunstiger dan de zo gevaarlijke continentale betrokkenheid” (Wikipedia: De Belgische Revolutie)

(verschijnt elke vrijdag)